Zjul & Zjol
“Zaal Lux bestaat in 2028 honderd jaar”, steekt Jef Aerts van wal. “Maar eigenlijk begint het verhaal al een decennium eerder, want in 1918 geven Jules Van Tolhuyzen en Julia Roothooft elkaar het jawoord. Het koppel wordt al snel gekend als ‘Zjul en Zjol’. Ze bouwen Zaal Lux midden in het dorp, mét een café en een winkel voor granen, zaden en meel.” En wie zijn hun allereerste vaste klanten? In zekere zin nog altijd onze eigen Koninklijke Fanfare Sint-Pieter, die tot op vandaag de zaal als vaste stek heeft en ze daarom op vrijdagavond ook mocht inspelen tijdens de opening.
Gruzelementen
10 mei 1940: Duitse troepen vallen België binnen. Een dag later vliegt een Duits toestel over ons dorp en Franse soldaten besluiten het aan flarden te schieten. De reactie laat niet op zich wachten: 38 bommen vallen op het centrum. De Lux, op dat moment nog maar een tiener van twaalf, wordt weggeblazen. Brouwer Jos Schoeters koopt het puin op en begint — midden in de oorlog! — aan de heropbouw. Zjul en Zjol — zeg nu zelf: zo’n bijnamen kunnen toch alleen maar in een stoetersdorp verzonnen worden?!? — mogen gelukkig blijven uitbaten. Hun levenswerk krijgt een tweede adem.
De Lux als opnamestudio
Sporadisch doet de zaal ook dienst als opnamestudio. Zo wordt het iconische ‘Huirtuit Bovenal’ er live ingeblikt, mét Kathy a.k.a. Anita achter de microfoon en Georges Follman zwierend met de baton. En passant wordt ook de hoesfoto genomen, weliswaar op een vloer die bedekt is met een — volgens Jef — “afschuwelijk zeil”. Gelukkig zit Anita zondag in de zaal om dat mysterie op te helderen: het zeil moest namelijk het geluid dempen en had dus een akoestische functie. En dan is er nog dat verhaal van de trommelaar die tijdens de opname gewoon door zijn vel sloeg. Uitgerekend die take belandt op de plaat.
De grote drie
Lux verankert haar naam nationaal dankzij drie concerten die nog altijd stof doen opwaaien: Dire Straits (1978), The Cure (1979 & 1980) en U2 (1981). Organisator Gust Spruyt was bevriend met een piepjonge Herman Schueremans, die de bands voor een prikje naar Herenthout loodst.
Jef Aerts verzamelt momenteel verhalen voor een boek over de rockgeschiedenis van Lux. En daar zitten parels tussen. Zo hing het optreden van Dire Straits aan een zijden draad omdat de fanfare hun wekelijkse repetitie niet wilde afstaan — voorzitter Jef Van Beylen had nog nooit gehoord van ‘Sultans of Swing’. Zaaleigenaar Jos Schoeters snapt echter direct dat rockfans dorstiger zijn dan fanfaristen. Repetitie afgelast, concert gered, geschiedenis geschreven.
De poembak
Jef haalt ook de legende vanonder het stof over Wendy O’Williams (Plasmatics), die — in hare pure — in de poembak kroop om zich te wassen, tot grote verbazing van Fons Stubbe die op zoek is naar zijn turnevies. Volgens Jakke Van Dijck, die aan den toog een alternatieve versie verkondigt, was het Nina Hagen die in de poembak zat. De waarheid ligt wellicht ergens tussen de flightcases, waarin de Jakke ooit zelf in slaap viel en zodoende met Fischer-Z bijna mee op wereldtournee vertrok.
De souffleurbak
En dan heb je nog Joe ‘King’ Carrasco, wereldberoemd voor één dag door het hitje ‘Buena’. Hij doet nog straffer dan Thibault Christiaensen gisteren. Op een gegeven moment trapt hij tijdens de Son of Stiff Tour (1980) in de souffleurbak die er vroeger was. Hij verlaat de kelder van de Lux langs de Koelebeke, maakt een toertje en wandelt via het café doodleuk de zaal weer binnen. En ja, meer dan veertig jaar later herinnert Carrasco zich het optreden nog wanneer Jef hem contacteert via smoelboek. “Yeah, wasn’t that the gig with the hole on stage?”
De illustere luster
De majestueuze luster van Lux blijft dé blikvanger. Het meer dan honderd kilo zware gevaarte kreeg een grondige opfrisbeurt. Schrik hebben dat de luster naar beneden zal denderen, hoeft ook niet meer. Het nieuwe takelsysteem heeft een dubbel veiligheidsmechanisme.
Maar vanwaar komt die luster nu eigenlijk? Lange tijd deden verhalen de ronde dat hij afkomstig was van Vermeer-Thijs, een wat schimmige maar succesvolle zakenman uit Westerlo. Dat is ook het verhaal dat de aanwezigen op vrijdagavond meekrijgen. Uiteindelijk blijkt dit slechts half waar: in de loop van het weekend komt Jef erachter dat enkel de twee kleinere lusters van Vermeer-Thijs zijn. Het grote exemplaar is een creatie van de toenmalige smid van Bouwel, die tevens de vaste klusjesman van Schoeters was. Een primeur dus voor de aanwezigen op zondag!
Zjul & Zjol: de oermoeder en oervader van de (bijna) honderdjarige Zaal Lux. © rr
Marieke, de oudste dochter van Zjul en Zjol, poseert op een plat gebombardeerde Zaal Lux. © rr
Het hoesje - mét lelijk zeil op de grond - van de in Zaal Lux opgenomen carnavalshymne ‘Karnaval in Heren(t)hout’. © rr
Haute couture op het podium van de Lux: Stefan Laenen draagt een exclusief gilleeke, gemaakt uit de gordijnstof van de oude Lux.
De luxueuze eregallerij van zaaluitbaters: beginnend bij Zjul en Zjol en - via Staf en Jen, Jos en Narda, Joep en Chris, Dré en Reinhilde,Ludo en Monique, Fried en Corry, Stan, Danny en Lief en den Eddy - (voorlopig) eindigend bij dé Hilde.






Geen opmerkingen:
Een reactie posten